Kennisbank

Afvallen in de overgang: waarom het anders gaat dan vroeger

In de overgang verandert waar je lichaam vet opslaat en hoeveel energie je nodig hebt. Wat er precies verandert en wat wél werkt.

Deze uitleg is algemeen en vervangt geen persoonlijk advies. Overleg met je behandelaar voordat je iets aan je behandeling verandert.

Er is een moment dat veel vrouwen herkennen. Je doet niets anders dan tien jaar geleden: hetzelfde eten, dezelfde week, dezelfde gewoontes. En toch schuift de weegschaal omhoog. En wat vroeger werkte om er weer af te krijgen, werkt nu niet meer.

Dat is geen inbeelding en het is ook geen verslapping. Er verandert in deze levensfase daadwerkelijk iets in hoe je lichaam met energie en vet omgaat.

Wat er in je lichaam verandert

Rond de overgang dalen je oestrogeenspiegels. Dat heeft twee gevolgen die allebei met gewicht te maken hebben.

Vet verschuift naar je buik. Waar vet zich eerder vooral op heupen en dijen verzamelde, komt het nu eerder rond je buikorganen terecht. Voor veel vrouwen is dat de eerste zichtbare verandering: de weegschaal beweegt misschien maar een paar kilo, maar de broek zit anders.

Je energiebehoefte daalt. Het Voedingscentrum wijst erop dat je in deze fase minder verbrandt dan daarvoor, terwijl het eetpatroon vaak hetzelfde blijft. Blijf je eten wat je gewend was, dan kom je aan, zonder dat er iets aan je gedrag veranderd is 1.

Daar komt nog iets bij dat weinig genoemd wordt: slaap. Opvliegers en onrustige nachten zijn in deze periode gewoon, en slecht slapen maakt het moeilijker om verzadigd te blijven en om de energie te vinden voor beweging. Het is een stapeling, geen los probleem.

Waarom die buikomvang er medisch toe doet

De verschuiving naar buikvet is niet alleen een kwestie van hoe kleding zit. Juist daarom is de weegschaal in deze fase een slechte graadmeter: je gewicht kan nagenoeg gelijk blijven terwijl de vetverdeling wél verandert.

De Nederlandse richtlijn hanteert voor vrouwen 80 cm als grens voor een verhoogd risico en 88 cm voor een ernstig verhoogd risico, en adviseert de buikomvang te meten bij iedereen met een BMI van 25 of hoger 2. Dat verklaart waarom een behandelaar het meetlint pakt en niet alleen naar het getal op de weegschaal kijkt, en waarom het zinvol is die maat in deze jaren zelf bij te houden.

Zo meet je je buikomvang zelf

Waarom "gewoon minder eten" hier vaak strandt

Wat veel vrouwen in deze fase proberen, is wat vroeger werkte: strenger eten, een paar weken volhouden, klaar. Dat het nu niet lukt, voelt als persoonlijk falen.

Het is iets anders. Als je afvalt, past je lichaam de honger- en verzadigingshormonen aan om het oude gewicht te verdedigen, en die aanpassing houdt lang aan. In onderzoek waarin mensen een jaar na hun afvalperiode werden gemeten, was het hongerhormoon nog steeds verhoogd en waren de verzadigingshormonen nog steeds verlaagd 3.

Combineer dat met een lagere energiebehoefte en slechter slapen, en je hebt geen kwestie van motivatie meer. Je hebt een biologische tegenwind waar strenger zijn simpelweg geen antwoord op is.

Waarom je honger blijft houden

Wat wél helpt in deze fase

Er is geen truc, maar er is wel een richting waarvan bekend is dat hij past bij wat er verandert:

  • Eiwit en spieren voorop. Spiermassa neemt in deze jaren af, en spieren zijn juist wat je energieverbruik overeind houdt. Kracht in je week: traplopen, tassen, twee keer per week iets zwaarders. Dat doet hier meer dan een extra half uur wandelen.
  • Portiegroottes aanpassen aan de levensfase, niet de hele voedingsmanier omgooien 1.
  • Slaap als serieus onderdeel behandelen, niet als bijzaak. Wie structureel slecht slaapt door overgangsklachten, doet er goed aan dat met de huisarts te bespreken: het is óók een gewichtsfactor.
  • Meet meer dan je gewicht. Buikomvang, hoe je je voelt, wat je aankunt. Het gewicht beweegt in deze fase traag, en dat zegt weinig over of je op de goede weg zit.

Wanneer medische begeleiding in beeld komt

Er is een verschil tussen "ik wil er een paar kilo af" en "mijn gewicht is een gezondheidsprobleem geworden". Voor die tweede situatie bestaat in Nederland een route.

De huisartsenstandaard begint bij leefstijlbegeleiding; medicamenteuze behandeling komt pas daarna in beeld, en dan alleen bij bepaalde gewichts- en gezondheidsdrempels 4. De gecombineerde leefstijlinterventie (een tweejarig begeleidingsprogramma op voeding, beweging en gedrag) wordt vanuit het basispakket vergoed, telt niet mee voor je verplicht eigen risico, en vraagt een verwijzing van je huisarts 5.

Loopt die route vast, of past hij niet bij je situatie, dan is medische begeleiding buiten die route een mogelijkheid. Dat begint bij ons met een intake bij een BIG-geregistreerde Elysee-verpleegkundige: metingen, je gezondheidsgeschiedenis, je klachten in deze fase, en dan pas een besluit.

Veelgestelde vragen hierover

Komt iedereen aan in de overgang?

Nee. Gemiddeld genomen komen vrouwen in deze periode iets aan, maar de spreiding is groot. Wat vrijwel iedereen wel merkt, is de verschuiving van vetopslag richting de buik 1.

Helpt hormoontherapie tegen de gewichtstoename?

Dat is een vraag voor je huisarts of gynaecoloog: hormoontherapie wordt voorgeschreven voor overgangsklachten, niet als afslankbehandeling.

Is mijn stofwisseling "kapot"?

Nee. Je energiebehoefte is veranderd en je hormonen verdedigen je gewicht. Dat is iets anders dan een kapot systeem, en het is een van de redenen waarom begeleiding effectiever is dan strenger zijn.

Wat als de weegschaal niet beweegt terwijl ik alles goed doe?

Dat komt in deze fase vaak voor. Kijk dan naar je buikomvang, je conditie en je spierkracht; die veranderen doorgaans eerder dan het getal op de weegschaal.

Bronnen

De cijfers in dit artikel zijn te herleiden. Hieronder staat per verwijzing waar hij vandaan komt, met de datum waarop we hem voor het laatst hebben gecontroleerd.

  1. Moet ik anders gaan eten tijdens de overgang?, Voedingscentrum (2026)Gecontroleerd op 2026-08-03
  2. Uitkomstmaten bij behandeling overgewicht en obesitas — Richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, Richtlijnendatabase (Federatie Medisch Specialisten) (2023)Gecontroleerd op 2026-08-03
  3. Long-Term Persistence of Hormonal Adaptations to Weight Loss, New England Journal of Medicine 2011;365:1597-1604 (2011)Gecontroleerd op 2026-08-03
  4. NHG-Standaard Obesitas, Nederlands Huisartsen Genootschap (2025)Gecontroleerd op 2026-08-03
  5. Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) (Zvw), Zorginstituut Nederland (2026)Gecontroleerd op 2026-08-03

Laatst bijgewerkt: 2026-08-03

← Alle onderwerpen

Kan ik meedoen?

Gratis, in ongeveer 5 minuten, en je zit nergens aan vast.